Naar een toekomstbestendig zorgstelsel

Consequenties van het Rapport “Naar een toekomstbestendig zorgstelsel” van April 2020 van de Inspectie der Rijksfinanciën

Achtergrond van het Rapport

Op 20 april 2020 is het rapport “Naar een Toekomstbestendig Zorgstelsel”, opgesteld door de Inspectie der Rijksfinanciën (IdR), verschenen[1]. Deze brede maatschappelijke heroverweging is op verzoek van de Tweede Kamer opgesteld. De boodschap is dat de uitgaven aan zorg in Nederland in internationaal perspectief hoger dan gemiddeld zijn en kostenbeheersing van de collectief verzekerde zorg permanent de aandacht nodig heeft.

De grote uitdagingen zijn, dat bij ongewijzigd beleid in 2040, één op de vier Nederlandse burgers in de zorg moet werken om in de toenemende zorgvraag te voorzien en dat de zorguitgaven sterk zullen groeien tot zo’n 16,4% van het bbp. Het probleem volgens IdR is, dat er aanmerkelijke knelpunten te onderkennen zijn. De belangrijkste daarvan zijn:

  • Onvoldoende investeringen in preventie;
  • Van veel behandelingen, die het pakket instromen of er al deel van uitmaken is nog onvoldoende bekend in hoeverre ze meerwaarde voor de patiënt hebben. Dit geldt voor de helft van de zorg, die collectief wordt vergoed. Uit onderzoek is gebleken dat 8% van de zorg geen meerwaarde heeft, 51% een onbekende meerwaarde en 41% een redelijk aangetoonde effectiviteit;
  • Verouderde en ondoelmatige behandelingen worden nog steeds uitgevoerd en dat kost jaarlijks EUR 3 miljard.

Volgens het rapport – waarbij aangetekend moet worden dat het nog vòòr de COVID-19 crisis is opgesteld en er daar geen verwijzingen naar zijn, de verslechterende economie en de enorme overheidsinvesteringen van nu,  waardoor de urgentie van kostenbeheersing begrijpelijk groter is dan we voor mogelijk konden houden – is het aanpakken van de knelpunten volgens IdR urgent, omdat het huidige stelsel niet houdbaar is, noch budgettair noch qua beroep op de arbeidsmarkt.

Seijgraaf BV
Mr Ron de Graaff
Dr Frans van Andel

Voor inlichtingen graag contact opnemen met:

startup-594090_1280
businessman-3213659_1920

Voorstellen van de Inspectie betreffende behoud van medische hulpmiddelen in het basispakket

Volgens IdR moet bij invulling van het zorgaanbod, een heldere systematiek van pakketbeheer het doel zijn. Dat betekent dat het basispakket goed onderbouwd moet zijn en moet blijken van gepast gebruik van zorg. Daarvoor is op grotere schaal onderzoek nodig naar welke behandelingen, geneesmiddelen en technologieën wel of geen meerwaarde hebben voor de patiënt en tegen welke kosten. Dit volgens IdR met de suggestie dat het Zorginstituut Nederland op grote schaal het pakket dient door te lichten en te toetsen welke behandelingen (nieuw en bestaand) en medische technologie werkzaam en  kosteneffectief  zijn en een plaats kunnen hebben in het basispakket.

Andere maatregelen, die in het rapport worden genoemd:

  • horizonscan/meldplicht voor nieuwe zorg en een sluis voor medische technologie (zoals al het geval voor dure oncologische medicijnen), hetgeen prijsonderhandelingen met het ministerie van VWS met zich meebrengt (Beleidsoptie 5);
  • versterken toetsing van zorg op (kosten) effectiviteit, waar het ZIN zich actiever mee zou moeten gaan bezighouden (Beleidsopties 4 en 6);
  • invoeren eigen betaling voor genees- en hulpmiddelen (Beleidsoptie 34 en 35) en/of hulpmiddelen uit het basispakket (Beleidsoptie 37);
  • Betaalbare hulpmiddelen gaan uit het basispakket. Deze zorg kwalificeert niet meer als noodzakelijk te verzekeren zorg. Deze maatregelen kunnen binnen een jaar worden doorgevoerd, geldt voor alle verzekerden, en er kan een vangnet komen (gemeentelijke bijstand wellicht). Het betreft de volgende hulpmiddelen:
  1. Incontinentie Materiaal
  2. Overige verzorgingsmiddelen (waaronder Stoma Verzorgingsmiddelen)
  3. Verbandmiddelen
  4. Hoortoestellen
  5. Test strips (diabetes)
  6. Therapeutische elastische kousen
  7. Voorzetkamers

Wat betekent dit voor aanbieders van medische hulpmiddelen?

Het is voor bedrijven, die medische hulpmiddelen aanbieden van belang om zich te realiseren dat de volgende risico’s ontstaan:

  1. Het kan zo zijn dat de meerwaarde – praktisch gezien betekent dit voldoen aan de eisen die aan de Stand van Wetenschap en de Praktijk (StWP) worden gesteld – niet kan worden aangetoond, waardoor het product niet meer uit de basiszorg wordt vergoed;
  2. of het kan zo zijn dat het product geconfronteerd wordt met eigen bijdragen, waardoor de gebruiker afhaakt of kiest voor een ander product;
  3. en een derde optie is dat het product uit de basiszorg wordt gehaald en een consumentenproduct wordt.

Anticiperen op de nieuwe situatie: dienstverleningspakket van Seijgraaf BV

 

Vanuit Seijgraaf BV kunnen we medisch technologische bedrijven met producten, die momenteel in de basisverzekering zitten, maar mogelijkerwijs geconfronteerd worden met vragen hierover  helpen met het bepalen hoe dergelijke bedrijven ervoor staan qua product en kans op het behouden van een blijvende vergoeding.

Hiervoor hebben wij een snelle toetsing ontwikkeld, die u inzicht geeft in de (on)mogelijkheden. Wij toetsen aan de hand van de door ZIN ontwikkelde pakket criteria en aanvullende systematiek en komen van daaruit tot een advies, dat kan variëren van “geen verdere actie nodig” of “plan opstellen” om aanvullende stappen te zetten. De kosten van deze check zijn € 2.500 ex btw.

Op basis van de toetsing kunnen wij een strategie en plan ontwikkelen om pakket eliminatie te voorkomen. Dit zal ongeveer € 1.600 ex btw gaan kosten.

Voor de middellange termijn zijn diverse interventies mogelijk, zoals het ontwikkelen van een StWP dossier, waarvan de prijs zal afhangen van de hoeveelheid aanwezige data en klinische studies. Gemiddeld zal de prijs minimaal  € 7,500 ex btw zijn.

Verdere uitvoering is afhankelijk van de casus in kwestie en wat daarbij nodig is om het uiteindelijke doel te bereiken.